In de podcast 'Het is niet van mij' onderzoeken Robin Peters en Merel van Daalwijk van Doorn de complexe wereld van afstandsmoeders. Centraal staan thema's als eenzaamheid, schaamte, schuldgevoel en de moeizame strijd om erkenning.
In de podcast 'Het is niet van mij' onderzoeken Robin Peters en Merel van Daalwijk van Doorn de complexe wereld van afstandsmoeders. Centraal staan thema's als eenzaamheid, schaamte, schuldgevoel en de moeizame strijd om erkenning. De podcast geeft een stem aan vrouwen die hun kind moesten afstaan en belicht zowel het persoonlijke leed als de juridische en maatschappelijke aspecten van hun verhaal.
Met invoelende gesprekken en indringende verhalen wordt de geschiedenis van deze moeders tot leven gebracht. Het is een zoektocht naar erkenning van leed en naar een plek in de samenleving, waarbij de vraag centraal staat wat gerechtigheid betekent voor wie jarenlang het zwijgen werd opgelegd.
Afstandsmoeders krijgen in de rechtszaal te horen dat hun collectieve eis niet ontvankelijk is en dat hun zaak verjaard is. De rechter erkent het leed, maar wijst de schuldvraag af, wat leidt tot teleurstelling en verdriet bij de moeders. Toch klinkt er ook een stem van veerkracht: 'Ik heb gewonnen, want ik voel me vrij.'
Trudy Schelen-Gertsen spant een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat omdat ze als ongehuwde moeder in de jaren ’50 gedwongen werd haar kind af te staan. De VN-rapporteurs spreken van mensenrechtenschendingen, maar de staat beroept zich op verjaring. Deze aflevering gaat over de moeders die na jaren van zwijgen eindelijk erkenning eisen voor het onrecht dat hen is aangedaan.
De VN stuurde in juli 2024 een brief aan Nederland over de gedwongen adoptie, ondertekend door twee speciale rapporteurs.
Op 11 maart 2025 doet de rechtbank uitspraak in het hoger beroep van Trudy Schelen-Gertsen tegen de staat.
René ontmoet na 36 jaar de zoon die ze moest afstaan, maar de hereniging verloopt niet zoals ze hoopte. Ze worstelt met een depressie en oude wonden, terwijl ze probeert een plek te vinden in elkaars leven. Een tweede kans blijkt veel ingewikkelder dan ze ooit had gedacht.
Tussen 1956 en 1984 werden in Nederland naar schatting 15.000 ongehuwde moeders gedwongen hun baby af te staan voor adoptie.
René mocht tijdens de ontmoeting met haar zoon geen persoonlijke vragen stellen en zat onder een stoel met een alarmknop voor beveiliging.
René staat haar zoon Tommy af aan adoptieouders, maar het verlies blijft haar jarenlang achtervolgen. Ze probeert verder te gaan, maar het verdriet nestelt zich diep in haar leven. Jaren later zoekt Lonneke, een geadopteerde vrouw, haar biologische moeder op – twee vrouwen die samen apart hun weg vinden.
In 1956 werd de adoptiewet in Nederland ingevoerd omdat pleegouders geen rechten hadden en onzeker zorgden voor afgestane kinderen.
René moest haar zoon afstaan terwijl ze minderjarig was; het gesprek met adoptieouders vond plaats in hotel Engels in Rotterdam.
René ligt alleen in het ziekenhuis te bevallen van een kind dat ze moet afstaan. Niemand staat haar bij, en na de geboorte wordt ze gedwongen haar baby af te geven en te doen alsof er niets is gebeurd. Ze is moederziel alleen in een systeem dat haar geen enkele keuze laat.
Tijdens de bevalling kregen ongehuwde moeders een kussensloop over hun hoofd zodat ze hun baby niet konden zien.
Verpleegsters vertelden anderen dat de baby was overleden om te voorkomen dat de moeder vragen kreeg.