Diversiteit & inclusie

Homoseksuele componisten en de strijd om erkenning in de naoorlogse klassieke muziek

Deze aflevering onderzoekt de naoorlogse doorbraak van Benjamin Brittens opera Peter Grimes en de dubbele levens van Britten en zijn partner Peter Pears. Het verhaal onthult hoe homoseksualiteit in het naoorlogse Engeland zowel een publiek geheim als een bron van gevaar was, tegen de achtergrond van een land dat probeerde te herstellen van de oorlog.

Classical Queers · 29 april 2024 · 1h6m

6. There's a place for us

Opvallend

  • De opera 'Peter Grimes' van Benjamin Britten, een homoseksuele componist, overtrof in 1945 de kassa-opbrengsten van 'La Bohème' en 'Madame Butterfly' in Londen.
  • Chemische castratie (oestrogeenpillen) werd in 1952 opgelegd aan Alan Turing, de homo-kraker van de Enigmacode, waarna hij in 1954 zelfmoord pleegde met een met cyanide geïnjecteerde appel.
  • Lord Montague werd in 1954 veroordeeld tot 12 maanden cel wegens 'grove indecency', maar de menigte verwelkomde hem met applaus in plaats van boegeroep.
  • De film 'Tea and Sympathy' (1956) was een van de eerste films die expliciet genderrollen in vraag stelde en een ally-verband toonde tussen een homoseksuele student en een vrouw.
  • Leonard Bernstein gaf in 1948, om zelf de job bij het Boston Symphony Orchestra te krijgen, aan Serge Koussevitzky de naam van Dimitri Mitropoulos als homoseksueel, waarna Mitropoulos zijn kansen verloor.