Geschiedenis
Mijnwerkersvrouwen, stoflong en de erfenis van de limburgse mijnen
Lien Vande Kerkhof en Ivo Vandekerckhove duiken in het zware leven van de mijnwerkersvrouwen. Van het wassen van de met pikzwarte putkleren tot het runnen van het huishouden: hun onzichtbare arbeid wordt belicht. Daarnaast hoor je het verhaal van Clara en haar zussen, die na een moeizaam leven in een kleine citéwoning uiteindelijk in een indrukwekkende ingenieurswoning belanden.
6. De vrouwen van de put
Opvallend
- Putkleren wassen was de zwaarste taak van mijnwerkersvrouwen, het water bleef pikzwart, ook na meerdere keren wassen.
- België was in 1911 het laatste West-Europese land dat ondergrondse arbeid voor vrouwen verbood, veel later dan Engeland, Frankrijk en Duitsland.
- Mijnwerkersvrouwen stonden vaak aan de mijndpoort te wachten op betaaldag om te voorkomen dat hun man het loon meteen in het café uitgaf.
- Stoflong of silicose werd pas in 1963 officieel erkend als beroepsziekte bij Belgische mijnwerkers, terwijl de mijnen al in de jaren 1920 startten.
- Drie zussen Michelini stapten over van een klein citéhuis naar een ingenieursvilla op de Marcel Habetslaan in Zwartberg, een huis dat ooit alleen voor de mijnelite was weggelegd.