Geschiedenis
De gevangenschap van de cartograaf: hoe Mercator zijn wereldbeeld uitvond
Wanneer cartograaf Gerardus Mercator in 1544 terugkeert naar zijn geboortedorp voor een erfenis, ontdekt hij dat ‘Het blommeke van Leuven’ geen bloem is, maar een geheimzinnig meisje. Net wanneer hij haar leert kennen, wordt hij op beschuldiging van ketterij opgesloten in de waterburcht van Rupelmonde. Uit angst en razernij krijgt hij daar het inzicht dat de wereldkaart voorgoed zal veranderen – en dat zijn leven zal redden.
Het blommeke van Leuven (Meneer Zee)
Opvallend
- Het verhaal van het blommeke van Leuven werd ruim 400 jaar lang mondeling doorverteld, van generatie op generatie, voordat het in 1954 werd opgeschreven.
- In de erfenis van zijn nonkel Gijsbrecht zat voor Mercator niet alleen geld, maar ook 'het blommeke van Leuven': een onbekend meisje van 16 of 17 jaar.
- Mercators vader Hubert vond het blommeke als huilende baby in het bos bij Leuven, na een duel tussen twee mannen, en weigerde haar af te staan.
- Tijdens zijn zeven maanden durende gevangenschap in Rupelmonde kreeg Mercator door het traliewerk het idee voor zijn baanbrekende wereldkaartprojectie.
- Een joodse officier, die net als Mercator onder de indruk was van het blommeke van Leuven, bezorgde hem papier en een pen en hielp hem ontsnappen.