Zwart-wit verleden

Zwart-wit verleden

7 afleveringen

In de podcast Zwart-wit verleden gaat presentator Cindy de Koning op zoek naar het koloniale en slavernijverleden van Brabant. Ze reist door de provincie en bezoekt steden waar nog altijd sporen te vinden zijn van die tijd.

Vermeld in deze podcast

Recente afleveringen

· 38 minuten

Helmond: van kasteelheer tot plantagehouder en de schaduw van het slavernijverleden

In Helmond duikt Cindy de Koning in het koloniale verleden van de stad, waar kasteelheer Karel Wesselman zijn rijkdom dankte aan handel in slaven. Ook het schokkende verhaal van schepen Johan Bierdempel komt aan bod, die op zijn plantage in Suriname een wrede meester was en later veroordeeld werd voor incest. Daarnaast laat de familie Bots zien hoe textielhandel en plantagebezit ook in de negentiende eeuw nog nauw verweven waren met het slavernijverleden.

  • In 1781 kocht Karel Wesselman kasteel en heerlijkheid Helmond voor 155.000 gulden, terwijl een gewone arbeider slechts 7 stuivers per dag verdiende.
  • Bovenop de toren van Kasteel Helmond liet Karel Wesselman een koperen scheepje plaatsen om te tonen dat zijn rijkdom uit koloniale handel kwam.
Naar aflevering

· 20 minuten

De zwarte veldwachter van Brabant: het verhaal van Johannes Pauli

In deze aflevering ontrafelt Paul Spapens het verhaal van de rijke Tilburgse regentenfamilie Bles, die via een Surinaamse plantage fortuin maakte met slavernij. Vanuit die familiegeschiedenis volgt het bijzondere lot van Johannes Pauli, een tot slaaf gemaakte die in Tilburg vrij werd, trouwde met een witte vrouw en later als 'zwarte veldwachter' in Moergestel en Hilvarenbeek diende. Een verhaal over vrijheid, racisme en hoe de sporen van het koloniale verleden tot in Brabant reiken.

  • De Tilburgse familie Bles, een protestantse regentenfamilie, was via de plantage Nieuw-Mokka in Suriname eigenaar van 155 tot slaafgemaakten.
  • Johannes Pauli, oorspronkelijk tot slaafgemaakt, kwam in 1772 naar Nederland, werd in 1779 gedoopt als 'West Indische Neger' en werd later veldwachter in Moergestel en Hilvarenbeek.
Naar aflevering

· 33 minuten

In Tilburg klinkt de dialoog over het slavernijverleden

Frans van Vajenbroek ontdekt in Tilburg hoe kennis over het slavernijverleden bijdraagt aan bewustwording. Hij spreekt onder meer met betrokkenen bij het eerste Brabantse slavernijmonument en met mensen die dialoogtafels organiseren. Centraal staat de vraag hoe onderwijs en gesprekken helpen om het verleden een plek te geven en gelijkwaardigheid te bevorderen.

  • In Tilburg staat sinds 1 juli 2022 het eerste slavernijmonument van Brabant, een kind met gesloten ogen en een doorgeknipte keten.
  • Carla Mohamed draagt als achternaam de naam van haar Surinaamse voorouders, die de naam Tilburg kregen van een plantage-eigenaar in Suriname.
Naar aflevering

· 35 minuten

Slavenhandel en verzet: hoe een Brabantse stad de wereld wakker schudde

In Bergen op Zoom liet slavenhaler Jan Menkenveld zijn geld na in stenen, maar het was de officier John Gabriel Stetman die er de wereldberoemde aanklacht tegen de slavernij schreef. Zijn boek onthulde de onmenselijke wreedheden in Suriname en opende Europa de ogen. In deze aflevering volgen we het spoor van deze bijzondere man en de gruwelijke realiteit die hij vastlegde.

  • Jan Menkenveld maakte zeven slavenreizen voor de Middelburgse Commercie Compagnie en vervoerde in totaal 2.041 slaafgemaakten naar het Caribisch gebied.
  • Kwaku, een omstreeks 1770 uit Afrika geroofde jongen, werd door John Gabriel Stetman voor 500 gulden gekocht en later vrijverklaard in Bergen op Zoom.
Naar aflevering

· 34 minuten

Breda: van slavernij naar de oprichting van Kwatta

In Breda vinden we sporen van het slavernijverleden: twee tot slaaf gemaakten worden in 1772 gedoopt en krijgen een nieuw leven. Later komt een plantagehouder naar de stad en start er de chocoladefabriek Kwatta, gefinancierd met geld uit de slavernij. Deze aflevering laat zien hoe deze verhalen verweven zijn met de geschiedenis van Breda.

  • Anna en Laloep, twee tot slaaf gemaakten uit Suriname, werden op 22 maart 1772 gedoopt in Breda en kregen de nieuwe namen Christian Afrikanus en Anna Elisabeth van Châtillon.
  • In het doopboek van de Grote Kerk staat letterlijk dat "een neger en een negerin" uit het heidendom overkwamen en zich lieten dopen, als direct bewijs van hun vrijwording.
Naar aflevering