Geschiedenis
Breda: van slavernij naar de oprichting van Kwatta
In Breda vinden we sporen van het slavernijverleden: twee tot slaaf gemaakten worden in 1772 gedoopt en krijgen een nieuw leven. Later komt een plantagehouder naar de stad en start er de chocoladefabriek Kwatta, gefinancierd met geld uit de slavernij. Deze aflevering laat zien hoe deze verhalen verweven zijn met de geschiedenis van Breda.
#2 - Breda, stad voor een nieuw leven en het begin van Kwatta
Opvallend
- Anna en Laloep, twee tot slaaf gemaakten uit Suriname, werden op 22 maart 1772 gedoopt in Breda en kregen de nieuwe namen Christian Afrikanus en Anna Elisabeth van Châtillon.
- In het doopboek van de Grote Kerk staat letterlijk dat "een neger en een negerin" uit het heidendom overkwamen en zich lieten dopen, als direct bewijs van hun vrijwording.
- Chocoladefabriek Kwatta werd opgericht door Jozef van Emde, een plantagehouder die in 1877 uit Suriname naar Breda kwam en zijn eigen cacao importeerde.
- In 1865 kocht Jozef van Emde de kakaoplantage Kwatta in Suriname, waarvan hij later de naam gebruikte voor zijn beroemde chocoladefabriek in Breda.
- Het Kwatta-soldaatje werd het iconische beeldmerk van de chocoladefabriek, dat via slimme reclame zoals "alle ogen zijn gericht op Kwatta" het merk landelijk bekend maakte.