Geschiedenis
Oorlog, verzet en verlies in de Pijp
Marian Brom groeit op in de Pijp in de jaren dertig, in een klein huis waar alles op een handkar past. Als de oorlog uitbreekt, wordt haar Joodse moeder steeds meer doelwit en verdwijnen familieleden; Marian wordt als hongerkind naar Ommen gestuurd. Ze overleeft, maar de herinneringen aan verlies en de onherkenbare terugkeer van haar moeder blijven haar voor altijd bij.
De Pijp: Marian Brom
Opvallend
- Marian Broms familie verhuisde steeds opnieuw omdat de eerste maand huur gratis was als je een net geschilderd huis betrok; al hun bezittingen pasten op een handkar.
- Haar vader richtte in de Eerste Sweelinckstraat de eerste nationale kattenbakcentrale op: hij leverde schone bakken met molm en haalde tegen betaling de vuile op.
- Tijdens de oorlog verdiende haar Joodse moeder geld door in cafés specerijenpoeders te verkopen aan NSB'ers en Duitse soldaten, wat levensgevaarlijk was.
- Als kind overviel Marian met haar broer een Duitse levensmiddelenloods; ze kwamen terug met alleen een stuk zeep en een doosje lucifers, tot tranen van haar moeder.
- Na de oorlog herkende Marian haar eigen moeder niet meer: die was grijs en vermagerd, waardoor Marian in Ommen uit protest dialect ging praten.