Geschiedenis
De duistere verkoop van joodse winkels na de oorlog
In deze aflevering onderzoekt Roos wat er met de winkels van haar overgrootvader Jakob Menko is gebeurd, die tijdens de oorlog verdwenen. Ze ontdekt dat de winkels werden verkocht aan een andere nv, Winko, en dat het Nederlands Beheersinstituut de verkoop achteraf goedkeurde zonder de joodse erfgenamen te raadplegen. Een belastend document van de bewindvoerder wijst op mogelijk misbruik van de situatie.
3. Duistere Deals
Opvallend
- Het Beheersinstituut verklaarde in 1947 de verkoop van de Joodse EPA-winkels aan Winko als moreel en juridisch juist, zonder toestemming van de erfgenamen.
- Meneer Bunk, de niet-Joodse boekhouder van EPA, kreeg in 1941 machtiging over het bedrijf en werd later de verwalter die drie filialen aan Winko verkocht.
- Er is een bezwarend document ontdekt waarin Bunk voor zichzelf berekende hoe hij financieel kon profiteren nu de Joodse eigenaren waren verdwenen.
- Maarten Jan Vos, historicus voor de gemeente Amersfoort, vond bewijs dat de EPA-winkels na de oorlog onder beheer van het Beheersinstituut vielen, wat wijst op mogelijke onrechtmatige verkoop.
- De burgemeester van Broek en Waterland, Perenboom, kocht tijdens de oorlog het pand van EPA in Amersfoort, dat overigens niet van de Joodse eigenaren was.