Ouderschap
Borstvoeding: feiten en fabels
In deze aflevering van Zwanger duiken we in de wereld van borstvoeding. Astrid van der Linden en Femke Karels bespreken waarom 98% van de vrouwen fysiek in staat is om borstvoeding te geven, maar dat het soms tijd en hulp vraagt. Ze delen praktische tips over kolven en flesvoeding, en benadrukken dat elke moeder haar eigen grenzen mag aangeven.
Borstvoeding
Opvallend
- Slechts 2 procent van alle vrouwen heeft borstweefsel dat onvoldoende is ontwikkeld om borstvoeding te kunnen geven; de overige 98 procent is fysiek in staat.
- Een baby verliest in de eerste dagen na de geboorte vaak 7 tot 10 procent van zijn gewicht, zelfs als hij kunstvoeding krijgt.
- Tussen zes weken en drie maanden verdwijnt de zuigreflex bij baby’s; zonder eerdere oefening met een flesje snappen ze dan niet meer hoe dat moet.
- Voor een werkdag hoeft een kolvende moeder maar drie voedingen achter te laten, plus één reserve, en geen volle koelkast.
- Volgens de WHO is zes maanden volledige borstvoeding en daarna tot twee jaar met bijvoeding de norm, maar Nederlandse moeders vinden dat lastig te organiseren.