Geschiedenis
De VOC en Ceylon: van kaneelhandel tot koloniale overheersing
In deze aflevering reist Jacqueline Mares met historicus Lodewijk Wagenaar naar Sri Lanka, het vroegere Ceylon, waar de VOC 150 jaar lang een handelspost had. Ze onderzoeken hoe de compagnie kaneel, olifanten en edelstenen wist te veroveren, en hoe de inheemse koning van Kandy daarbij werd belazerd. Het verhaal begint met de avonturen van Joris van Speelbergen in 1602, die als eerste rapport uitbracht over de rijkdommen van het eiland.
Het Spoor Terug - De Loffelijcke Compagnie 12: Ceylon
Opvallend
- De VOC verdiende jaarlijks 200.000 gulden aan de olifantenhandel op Ceylon, waarbij olifanten soms per ongeluk dronken werden van brandewijn.
- De VOC belegde de koning van Kandy door het verdrag van 1638 in verschillende taalversies te laten afwijken, zodat Hollandse forten nooit werden overgedragen.
- Kaneelschilders op Ceylon hadden een productieplicht op basis van leeftijd, waarbij een jongen van twaalf jaarlijks één rob (circa 56 pond) moest leveren.
- In 1761 werd Matara door 30.000 tot 60.000 Kandyse troepen belegerd, waarna de Nederlandse bezetting via VOC-schepen de zee moest ontvluchten.
- Na het verdrag van 1766 weigerde de koning van Kandy zich aan de Hollanders te vertonen, tenzij zij bleven knielen, wat de handelsrelatie bemoeilijkte.