Luistertips

Hoe het Nederlands veranderde: 7 podcasts over dialect en standaardtaal

Bijgewerkt op ·

R.J. Sterk · Pexels

De tijd dat Vlamingen hun best deden om Noord-Nederlands te klinken

In de jaren vijftig werden in Vlaanderen ABN-kernen opgericht om het noordelijk Nederlands als beschaafde norm te verspreiden. Kinderen van het ABN vertelt aan de hand van archiefmateriaal en gesprekken met taaladviseurs, onderzoekers en mediafiguren hoe die norm langzaam kantelde naar een zelfverzekerd Belgisch-Nederlands. De reeks gaat ook over de wankele verhouding met Nederland, waar we neerkeken op elkaars taal en waarom dat beeld veranderde. Zo passeren de taalstrijd tussen Vlamingen en Nederlanders en de invloed van radio, televisie en kranten de revue.

Over taal gesproken

Laura van Eerten en Raymond Noë ontvangen elke aflevering een deskundige voor een gesprek over het Nederlands: dialecten, vaktaal, inclusieve taal en het Nederlands in België. De podcast is een samenwerking van het Instituut voor de Nederlandse Taal en het Genootschap Onze Taal, Over taal gesproken legt daardoor uit hoe het Nederlands in elkaar zit.

Dialecten verdwijnen, maar in het zingen leven ze nog

Dija Kabba onderzoekt op Terschelling het verdwijnen van de streektalen Asters en Westers. Jorne wil zijn toekomstige kinderen in het Asters opvoeden. Zijn vriendin Maaik leert de taal nu pas, speciaal voor die kinderwens. Brok, een Afro-Caribische Amerikaan, zingt in het Westers in een mannenkoor, ook al begrijpt hij de tekst niet altijd.

Leenwoorden maken het Nederlands rijker

Tom en Yannick vertellen in Leenwoorden maken het Nederlands rijker dat 'boulevard' een van de weinige Nederlandse woorden is die naar het Frans werden uitgeleend en later verfranst weer terugkwamen. Het Roma/Sinti-woord 'starnakel' voor kater en de Surinaams-Nederlandse term 'scheruditeit' voor armoede zijn volgens hen nog niet algemeen bekend en verdienen meer aandacht.

Hugo Claus en zijn taal

Deze aflevering uit de reeks De Sporen van Claus gaat over hoe Hugo Claus zijn hele leven met taal speelde. Claus sprak eerst een mengeling van West- en Oost-Vlaams, maar adopteerde later een geaffecteerd Hollands dat zijn vriend Jan Bussers boos maakte. Hij luisterde als een 'rolvogel' naar mensen in trams en cafés en verwerkte hun uitdrukkingen letterlijk in zijn romans, een voorbeeld van hoe dialecten en standaardtaal elkaar in het werk van een schrijver kunnen kruisen. Hugo Claus en zijn taal

Het Brabants: eeuwenoud en invloedrijk

Chris De Wulf vertelt in Hoe het Brabants door de eeuwen veranderde en nu opnieuw verschuift hoe het Brabants tussen Vlaams en Hollands in ligt. De grote dialectgrenzen lagen volgens hem al vóór 1200 vast. Na de val van Antwerpen namen gevluchte Brabanders hun diftongerende uitspraak mee naar Holland, waardoor 'tiet' en 'huus' steeds vaker 'tijd' en 'huis' werden. Vandaag beweegt het dialect twee kanten op: Vlaamse en Limburgse dialecten worden Brabantser, terwijl het Noord-Brabants onder invloed van het Nederlands meer Hollands wordt.

Dialectmuziek: van streektaal tot podiumhit

Tot in de twintigste eeuw schakelden dialectsprekende zangers over op het Standaard Nederlands zodra ze gingen zingen, ontdekte Ate Doorenbosch. In De wederopstanding van dialectmuziek vertellen Bennie Jolink, Jack Poels en Daniël Lohues hoe de streektaal daarna het podium veroverde. Jolinks eerste Achterhoekse zin op een festival in Lochem, in 1975, leverde zo'n explosieve reactie op dat de organisator zich aanbood als manager. En de oudste Nederlandse gedichten, twaalfde-eeuwse liederen van Hendrik van Veldeke, waren al in het Limburgs geschreven.